Elegantie en zachte lijnen door omlopende balkons van wit cement

Productie van de prefabelementen voor de Amstel Tower met zelfverdichtend beton

De Amstel Tower is met zijn 103 meter de hoogste woontoren van Amsterdam. Vanuit het historische stadscentrum gezien valt het zeer slanke silhouet al vanuit de verte op. De wolkenkrabber dankt zijn bijzondere elegantie aan omlopende, gedeeltelijk afgeronde balkons gemaakt van prefabelementen van Dyckerhoff WEISS. Zo wordt er een licht contrast gecreƫerd met de omliggende rechtlijnige flatgebouwen.

Het bedrijf HCI Betonindustrie uit Hengelo wist de opdracht voor de productie van de prefabelementen voor de balkons binnen te halen. Op basis van Dyckerhoff WEISS Strong N 52,5 N en het gebruik van kalksteenmeel werd een zelfverdichtend beton vervaardigd waaruit de prefabelementen werden gegoten. Het oppervlak van de prefabelementen bleef bekistingsglad. Het voorgeschreven antislip voor de treden werd door profilering van de oppervlakken gerealiseerd.


De zelfverdichtende uitvoering van het beton is in Nederlandse prefabfabrieken al heel wat jaren wijd verspreid. Zo wordt er een hoge kwaliteit van zichtbeton bereikt met poriƫnvrije oppervlakken zonder luchtbellen. Voor de medewerkers in de fabriek heeft de zelfverdichtende uitvoering van het beton belangrijke voordelen, omdat het geluidsniveau in de hallen door het wegvallen van de verdichting met triltafels aanzienlijk lager is.

De nieuwe wolkenkrabber heeft 32 verdiepingen in totaal en ligt onmiddellijk naast het station Amsterdam Amstel. Onder de woontoren bevindt zich een halfhoog podium waarin een groot hotel is ondergebracht. Ook dit gedeelte van het gebouw maakt dankzij balkons van wit cement een lichte en elegante indruk. De omgeving rond het station Amstel wordt momenteel in het kader van een uitgebreide upgrade van de infrastructuur ontwikkeld tot een levendig nieuw stadsdeel.

Het Rotterdamse bureau Powerhouse Company is verantwoordelijk voor de architectuur van de Amstel Tower. Het flatgebouw werd in 2018 voltooid.


Fotos: Egbert de Boer